is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit China

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos, eindeloos, dat wij niet kunnen vatten, dat dus voor ons Niets is. Wat wij wèl begrijpen kunnen, het voor ons dus betrekkelijk reëele, is in werkelijkheid maar een schijn; het is een gevolg, een geboorte van het absoluut Reëele, omdat tot dat Reëele alles terugkeert, en alles er uit is voortgekomen. Maar niet in-zich-zelve zijn de voor ons reëele dingen reëel. Wat wij Zijn noemen, is dus eigenlijk niet Zijn, maar wat wij Niet-Zijn noemen, is juist Zijn. Wij leven dus in groote duisternis. Wat wij reëel denken is niet reëel, en toch komt het uit het reëele voort, want het Reëele is Alles. Welnu, alle Zijn, en ook alle Niet Zijn, is dus eigenlijk Tao. Maar onthoudt hierbij vooral, dat Tao maar een woordklank is, door

sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald, n. 1.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao".

Nadat mijn stuk reeds in „De Gids" was verschenen, kwam mü eerst Prof. De Groot's werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chincezen" in handen, waaruit ik zag dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao". De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wjjsgeer wezen." Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.