is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit China

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar, Vader, als een dichter nu eens werkelijk gezongen heeft zoo rein als een vogeltje, zou hij dan daarna niet mogen gelukkig zijn met lauweren en rozen? Kan hij in ijverzucht haten wie den lauwer kreeg dien hij waardig denkt te zijn? Kan hij zijn ziel verloochenen, en zeggen dat schoon leelijk is, omdat hij het schoone haat die het schiep; kan hij zeggen dat leelijk schoon is, omdat de kransen moeten komen uit de hand van den leelijke ? Kan hij zich opsmukken met bleeke glorie, en opzettelijk an ders doen dan de andere menschen, om uit te blin ken door vreemden sier? Kan hij zich beter vinden dan het gemeen ? Kan hij de handen van het gemeen drukken dat hem huldigt? Of kan hij het gemeen haten dat hem niet kroont, maar hem bespot ? Hoe kunt gij mij deze dingen verklaren? Het lijkt mij alles zoo vreemd bij den eenvoud van het kleine vogeltje, en de groote zeel"

„Al deze vragen, mijn jongen, zijn een antwoord op mijne vraag," zeide de Wijze. „Want dat gij dit alles weten wilt, is een bewijs, dat er niet veel dichters in uw land zijn. Denk er om, dat ik het woord dichter in de pure, hoogste beteekenis neem. — Een dichter kan alleen voor zijne kunst leven, die hij als kunst liefheeft, niet als een middel om wat vaag aardsch genot te verkrijgen. Een dichter ziet de