is toegevoegd aan uw favorieten.

Wijsheid en schoonheid uit China

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heele Leer, in het moment van de twee predikende vingers ?

„En dan de stof, waar zoo'n beeld van gemaakt is! Weet gij wel dat zoo'n kunstenaar er jaren en jaren over zwoegde, vóór hij zijne materie had verreind en geaetheriseerd ? Want steen is zoo hard, niet waar ? en het idee van stof is al heel leelijk bij de plastische uiting van het ideale idee Rust. De kunstenaar werkte met allerlei lage dingen, als klei, en zand, en aarde, — die hij door gepaste, harmonische vermenging met edelsteenen, paarlen en jaspis, tot kostbaarheden vervormde. En zóó is dit beeld eene materie geworden, die geen materie meer is, maar een incarnatie van een subliem idee. De kunstenaar wilde ook in zijn beeld symbolizceren den dageraad, die voor de menschheid opschemerde, toen de Boeddha verscheen. En in het glanzende, sneeuwreine wit van zijn porselein liet hij den vagen, rozen gloed droomen, die in de ochtendhemelen beeft, vóór de glorie van de zon uitstraalt. Is dit niet gevoeliger, dat voorgevoel van het licht, dan het licht zelf? Ziet gij die héél vage, maar wonderreine roze kleur door het wit schijnen? Is het niet kuisch als het eerste opbloeien van een blos op het blanke voorhoofd van een maagd? Is het niet de diviene liefde van den kunstenaar, die daar zacht droomt in het blanke wit?