Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menschen, en zij zien elkander vragend aan, waar zij nu heen zullen gaan. Zacht vouwen zij dan hand aan hand, en door hetzelfde Rythme bewogen zullen zij gaan door het leven naar hetzelfde doel. Noem dit liefde als gij wilt, wat is een naam? Ik noem het Tao. En de zielen van gelieven zijn als twee witte wolkjes, zacht voortdrijvend naast elkander, die, door denzelfden wind bewogen, in het eindeloos hemelblauw verdwijnen."

„Maar dit is niet de Liefde," zeide ik, „die ik bedoel. Liefde is niet verlangen om de liefste naar Tao te zien verdroomen. Liefde is verlangen om altijd bij haar te zijn, zielsbegeerte om twee zielen samen één te doen zijn, lijfsverlangcn om op één adem in zaligheid op te gaan. Maar altijd met de liefste alléén, niet met anderen, niet met de natuur. En als ik in Tao kon vergaan zou al dit Geluk voor goed verloren zijn. O laat ik blijven op de goede aarde, bij het veilig Lief, het is er zoo licht en vertrouwd, en Tao is mij nog zoo duister en mystiek."

„Het lijfsverlangen sterft," antwoordde hij, onbewogen. „Het lichaam van uwe Liefste zal verwelken, en vergaan in den kouden grond. De bladeren der boomen verbleeken in den herfst, en droef neigen de kwijnende bloemen naar de aarde. Hoe kunt gij zoo liefhebben, wat niet eeuwig bestaat? Maar gij

Sluiten