is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar opvatten als 'n noodzakelijk kwaad, 't Is nou eenmaal zoo en misschien loopt alles wel mee ; in elk geval niet bang zijn, waarom zou-i ook, hij weet 'r immers nog niets van en zoo'n dokter weet daar wel raad mee, die kerels zijn 'r toch voor, godbeware ! Vooruit, kalm-onverschillig d'r onder blijven, net doen, of 't je niks kan bommen, z')ó erg is 't ook niet.

'n Harde slag van de straatdeur doet 't huis schudden. Het is de sigarenmaker van drie-hoog, die van z'n fabriek thuis komt. Als 'n aap zoo vlug, met wilde lenigheid, springt Bart Stam de trappen op ; z'n beenen raken nauwlijks de treden en met z'n lange armen trekt hij zich telkens aan de leuningen omhoog, hollend naar boven, vier, vijf treden tegelijk overspringend, een-hoog en twee-hoog voorbij, met de lukrake onstuimigheid van 'n ontsnapten boef, die de gendarmes achter zich hoort. Z 3ó is z'n thuiskomst altijd; kalm heeft nog niemand hem ooit naar boven zien gaan ; voor hem is dit dè manier om trappen te klimmen, omdat je dan hun aantal tot 'n minimum beperkt èn het gauwste boven bent. Maar onderaan de trap naar de derde étage blijft hij stilstaan. Een zwarte kater, die hem daar rustig zat op te wachten, springt op z'n schouder. — „Zoo, Pik, vrooleke broek met stront, zit jij daar weer, hé ? Ga je mee met de baas, nou, nou, duvelkop, schei uit met dat geflikker an me smoel, kom,