is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viel dat plompe verlies zx> rauw op 't lijf, dat hij van den weeromstuit krankzinnig werd. Juffrouw Kannegieter, toen weer juffrouw Schoof, bleef nog 'n paar jaar met de kinderen samen wonen. Doch nadat dezen getrouwd waren, gaf ze gehoor aan den wensch harer zuster, die weduwe was geworden en haar met liefde bij zich wilde hebben. Breed heeft ze 't anders niet, de weduwe Stam; maar met haar bescheiden pensioentje — haar man was meesterknecht aan de stadsdrukkerij — en de verdiensten van haar eenigen zoon Bart, den sigarenmaker, rekende ze wel met hun drietjes zuinigjes te kunnen rondscharrelen. En dat gaat dan ook nogal. Bart maakt dikwijls weken van twaalf en vijftien gulden en aan trouwen, zoolang z'n moeder leeft, denkt de jonge man niet. Z'n vak : 't van 's morgens zeven tot 's middags zes tusschen fabrieksmuren gevangen zitten en sigaren rollen, vindt hij 'n doemwaardig vak, maar toch nog beter dan dat van zetter, staande achter z'n loodkast. Hij zit tenminste nog op 'n tabakskist. Z'n vader had hem graag op de zetterij gezien, maar Bart bedankte daar hartelijk voor en kwam als jongen van veertien jaar als bosjesmaker op 'n sigarenfabriek. En nu is hij zes en twintig. Ondanks de hondsche eentonigheid van z'n arbeidersleven, is hij altijd opgeruimd en flink gezond. Hij leest veel in z'n vrijen tijd, is 'n echte vakvereenigyigsman, veracht diep z'n in den dommel der onbewustheid voortkwakkelende klassegenooten en heeft