Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag, als Bart naar z'n werk is, toch zoo'n snijder laten komen, al moet ze d'r nog zooveel van Bart over liooren. En 't is of deze daar de lucht van heeft, want eiken dag bij z'n thuiskomst 's middags, pleegt hij Piet, met 'n vluchtigen blik, leuk-ongemerkt, te keuren.

— Ja, hij kan makkelek jouw lieveling zijn, omdat jij geen last van 'm heb," antwoordt Kee op de vraag van haar zoon, waar dat schoppen voor dient, ,.,'t is nogal 'n lekkere prent in je huis en muize vange, ho maar ; as-t-i geen zin het, laat-i ze kalm langs 'm heen tippele, nie waar Bet ? jij heb 't ook gezien en dan zit-i 'r bedaard op z'n kont na te kijke, nou, die muis; die smeert 'm, ja die wacht daar tot 't meneer belieft z'n poot naar 'm uit te steke !"

Bart proest van 't lachen en haalt Piet dadelijk met 'n paar lieve benaminkjes aan. Het dier fluweelt naar hem toe, wipt zich op z'n achterpootjes overend, z'n voorpootjes steun gevend op Barts dij en kijkt hem zoo 'n heele poos met diep-zwarte, groot-verwijde pupillen goedigmelancholisch in de oogen, alsof hij wat op z'n gemoedje heeft. Bart streelt hem over z'n lieven kop, tot Piet onverwacht op z'n schoot springt en met 'n fijn-mauwerig geluidje z'n snoet tegen Barts wang aanduwt, erg opdringerig, in spontaan gevoel van teere aanhankelijkheid. — „Laat jij ze maar lulle, hoor Pik, ze snappe met derlui menscheverstand toch geen mieter van je, maar die an

Sluiten