Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij z'n ouders thuis., iets mankeerde, dan kwam de dokter natuurlijk naar hem toe. Ziek is hij ook nu niet; 't betreft alleen maar die snuggere onbehoorlijkheid aan den bouw van z'n geslachtsorgaan, welke hem gewoon impotent maakt en waarmee hij dus niet langer mag blijven rondloopen. Hij wist eerst niet goed, naar welken medicus te gaan ; 't liefst raadpleegde hij een van die dokters, bij de jongelui te boek staand als „lullensmids". Hij kende 'n student in de medicijnen, wien hij kwasi onverschillig naar 'n paar illustre namen op dat gebied vroeg, waardoor hij echter den schijn op zich laadde, zelf iets te mankeeren. De student gaf daar ook blijk van en om er toen maar van af te zijn — 't stond toch niet onflink zoo iets te hebben — antwoordde hij goed geveinsd: misschien, ja, ik voel iets verdachts", waarop z'n amice hem den raad gaf naar doctor Mast te gaan, 'n bekend adres en 'n knappe vent, die je d'r gauw afhielp. Dat besloot hij dan ook maar te doen. —

Met 'n klammerig gevoel van nerveusheid stapt Maurits de hooge stoep van 't doktershuis op en schelt aan. Het klare ganggeluid van de bel snijdt door z'n nerven, z'n hart begint voelbaar te kloppen. Een slungelige knecht, in gestreept-rose jasje, doet open.

— Is dokter thuis ?

— Jawel meneer, gaat u maar eve in de wachtkamer.

— Zijn 'r dan al patiënte ?

Sluiten