Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beters : 'n copie in zwarte lijst van De anatomische Les. Daar tuurt hij wat langer naar en onder 't kijken voelt hij den aandrang om er iets van te zeggen tegen 't zwijgende, steeds bladerende jongmensch. Eerst kucht hij zachtjes en dan plompt, klaterend-hard, het geluid van z'n stem in de kamerstilte neer : „da's ook niet bepaald om je op je gemak te zette." De onbekende lijkt wel even te schrikken, kijkt hem aan, wendt dan z'n hoofd om naar de schilderij, lachend antwoordend : „nee, niet erg vertroostend, 't gezicht op 'n lijk." Weer is 't stil. Het wachten duurt Maurits vervelend lang ; toch zit hij nog maar amper vijf minuten. Maar gelukkig hoort hij nu 'n tinkje van 'n schel, hij luistert scherp, jawel, 'n deur gaat open, voetstappen klinken in de gang, de treden van 't trapje naar de wachtkamer kraken.... daar opent de slungelige knecht de deur.

— Meneer"....

Zoodra Maurits alleen is, zet hij zich aan 't tafeltje, om de omslagvettige en bladen-beduimde illustraties ook 's in te zien ; dat doodt tenminste den tijd. Doch 't valt hem mee. Na verloop van nauwlijks vijf minuten verschijnt weer de man met de rose jas.

— Meneer"....

Net was 'r buiten door 'n nieuwen patiënt gebeld. In de gang ontmoeten ze elkaar ; 't is weer 'n jongmensch. Bij z'n binnentreden in de spreekkamer, ziet Maurits dokter

Sluiten