is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„god mensch, maak je niet dik voor je Zondag, kan ik 't hellepe, dat-i 'n kater is ? 't is godverdomme of ik van 'm bevalle ben!"

Tante Bet, die op haar oude plaats bij 't raam zit, schiet in 'n lachje. — „Je kunt 'r toch ook wat uitgooie, jonge, maar je moeder het gelijk, 't kan zoo niet langer."

— Doe die kat dan weg," herhaalt Bart.

— Nee, dat gebeurt niet", bitst juffrouw Stam hem kribbig tegen, „dan pist-i overal tegenan, dat weet 'k van juffrouw Terhorst, die het ook 'n ongesneje kater, de pislucht slaat tegen je an as je bovenkomt."

— Je bent goed op de hoogte met katers, dat hoor 'k", zegt Bart.

— Ja, jij maakt 'r maar weer 'n lolletje van, maar daar schiete we niks mee op, ik ben dan niet van plan me door die rekel me knappe boel te late bederreve, laat je dat gezegd weze.

— Nee, dat mot je vooral niet late doen ; katerpis en 'n knappe boel, wie reimt sich das zusamme.

— Bart", brengt nu tante Schoof sussend-goedaardig in 't midden, „wees nou verstandig en luister na je moeder ; laat nou zoo'n man hier komme, wat riggestreer je daar nou tege."

— U bedoelt zeker protesteere, tante", antwoordt Bart, „registreere doen ze bij de belastinge ; maar al kletse jullie nou nog zoo lang an me kop, Piet blijft Piet en van