is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z'n klootjes blijve ze èf. Ik ben voorstander van 't natuurleke leve, maar dat gaat vanzelf bove jullie begrip; motte de jonge mensche zich schikke naar de ouwe ? Waarvoor ? flauwe kul! Jullie wilt dat Piet gesneje wordt, ik niet, ik ben daar tege en op veel beter gronde, za'k maar zegge, as dat u d'r vóór bent; nee, hoort u nou 's, tante, hoort u nou 's; u gelooft zoo braafjes an 'n God, niet ? an 'n levendige God, die de heele santepetie in mekaar het getimmerd, nou goed, hóe heeft die God 'n kater geschape ? hoe heeft die God elk mannelek dier geschape ? magge de rotmensche daar dan zoomaar op eige houtje verbetering in brenge ? da's godslastering, teminste zoo denk ik d'r over, ik praat maar as gewoon sigaremaker zijnde ; maar as ik God was en ik zag dat die stomme rotmensche aan mijn maaksel ginge knoeie, nou, dan zou 'k alles, de heele mikmak, onderstbove hale en met m'n arreme over mekaar gaan zitte en zegge: „Zie zoo, probeer 't nou zellef ook maar 's, ik verlazer 't langer."

Na deze paraphraze doet hij de deur open en gaat met Piet naar z'n kamertje toe. Juffrouw Bet Schoof kijkt haar zuster glimlachend aan, terwijl ze bedenkelijk haar hoofdje schudt, zeggend dan : „d'r is met die jonge toch niet te redetwiste Kee, hij is veels te ontwikkeld, waar haalt-i 't in eene vandaan, zou je zegge, hij praat je rejaal van de sokke."

— Sokke of geen sokke", antwoordt Kee onbevangen,