is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ik ga morrege na de Spuistraat, ik laat me niet ringeloore; maar je houdt je stil, Bet, je zegt 'r niks van ; morregemiddag ga ik zoo zeker as wat na die vent toe en vrage, of-i hier komt."

— Mij goed", antwoordt Bet gedwee, „maar je krijgt 'r last mee."

* *

De heer Johan F. Staader is een degelijk, ambitieus, zichzelf er bovenop geworsteld hebbend handelsman, 'n ondernemende, sierlijk-slanke, zich buitenshuis altijd in gekleede jas met hoogen hoed vertoonende, zeer be-leefde type-hollander. Maar hij is ook 'n geweldige bofkont. Heel vroeger, in de jaren van z'n stamelend begin, hield hij 'n voorschotbank en verstrekte hij ook wel hypotheken. De herinnering aan die jaren, echter, wenschte hij intens graag uit z'n geheugen te kunnen wegwisschen; want voor z'n gevoel zijn ze 'n hinderlijke plek op 't overigens zoo gladde weefsel zijns levens. Het ging hem niet voorspoedig, bij gebrek aan middelen, waardoor z'n reputatie schade leed ; hij kreeg al minder en minder te doen, kon dientengevolge z'n verplichtingen niet meer nakomen en werd ten slotte failliet verklaard. Eenerzij ds was dat 'n tegenslag, voor z'n naam; maar anderdeels 'n uitkomst, want nu kon hij schoon schip maken en met frisschen moed van voren af aan beginnen. Dat deed hij dan ook, doch niet in dezelfde branche. Hij werd reiziger voor 'n