Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, ik lust 'r nog wel eentje, ze zijn overheerlek," zegt Vis.

— Oom, proeft u nu 's zoo'n mokkataartje, of houdt u niet van mokka ?

— Of 'k!

— Is 'r voor mij ook nog 'n mokkaatje?" vraagt Vis.

— Zeker, meneer Vis, nog wel twee.... de glaze zijn ook leeg, zie 'k, toe pa, let nu toch 's op !

Er volgt 'n oogenblik van algemeene ontspanning, na de domineerende tweespraak, die 't gezelschap tot onvrijwillig toehoor en dwong ; de lippen nippen aan de glazen, de stemmen flabberen door mekaar, tot zich van lieverlee weer 'n splitsing vormt en elkeen z'n partner kiest. Zoo hebben de gebroeders hun ernstig gesprek hervat en zijn ook de beide schoonzusters in vertrouwelijk discours geraakt, waardoor de drie jongelui hun attenties tot elkaar moeten beperken. Vis is om 'n praatje verlegen en vraagt met hoffelijke belangstelling aan Nancy, of ze 't concert van verleden Donderdag heeft bijgewoond.

— Ja, Maurits en ik zijn 'r geweest, pa en moe hadde geen lust," antwoordt Nancy.

— Is 't u bevalle ?

— O, prachtig !" zeggen Maurits en Nancy tegelijk ; en de eerste vraagt nog achterna : ,,u ook ?"

— Zeker", antwoordt Vis, met 'n denkhelderen blik en pikanterig draaiend aan z'n snor, „vooral de pianist".

Sluiten