is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Och, oom," stribbelt de jarige, „de critiek is in ons midden."

— O, mejuffrouw Staader, pardon, ik zit hier vanavond in politiek en bovendien!" troost de heer Jozef Vis.

Lachend staat ze nu op en zet zich aan de piano. Bladerend in 'n liederenbundel, weet ze zoo spoedig geen keus te doen ; pruilig vraagt ze aan 't gezelschap, wat ze nu in 's hemelsnaam toch zingen moet.

— Das ist der Tag des Herrn, kindje,'" decideert haar vader, „dat zing je zoo lief."

— Nee, dat verveelt me criant La Mer, van Got-

fried Mann : de nouveau je te vois, Reine majestueuse.. .. ook niet, dat is te lang.. .. wacht, 'n fragmentje uit Der Rose Pilgerfahrt, van Schumann : die Frühlingslüfte bringen den Liebesgruss der Welt, ja, dat is toepasselek, we zijn juist midden in de lente."

Ze begint 't accompagnement, de gezichten vergladden tot luistering. En dan kweelt haar honnig zangles-stemmetje maagdelijk teer binnen de vierkanting der kamer, als 'n spichtig fonteintje hoog boven 't gesprankel der pianoklanken uit. Haar blond-blozend dametjeshoofd deint lichtjes mee in den cadans van 't lied en zwierig-elegant huppelen haar vingertjes over de toetsen, als springende garnaaltjes vlug van beweeg. Maar nauwlijks hebben haar lippen 't eerste woord van den regel: im maiengrünen Kleide geuit, of door 't open venster lascht, grof-brutaal,