is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deren zijn terecht gekomen en met wie de mannelijke telgen zijn getrouwd, tot het naar half twaalf loopt en de gasten in welgedane stemming allerhartelijkst afscheid nemen.

Behalve Maurits, die nog wat hangen blijft, ofschoon hij zeer naar bed verlangt. Slapen wil hij ; dan kan hij tenminste voor eenige uren weer vergeten 't heimelijkverkropte, dat hem den geheelen dag zoo zwaar gedrukt heeft. O, was alles maar achter den rug ! Zittend op de kanapee, in de nu zooveel stillere kamer, met die drie menschen tegenover zich, hoort hij hun na-praten als iets onwezenlijks, voelt hij hun gewone gedoe in vreemd contrast met zijn intieme gedachten; en heel sterk, zooals hij 't den ganschen avond niet gehad heeft, krijgt hij nu opeens de sensatie, 'n aan zichzelf overgelatene te zijn. Ze zitten daar wel, alle drie, hij ziet ze in 't helle licht van de gaskroon vlak vócr hem en toch voelt hij hen ver van zich af, voelt hij zich hulpeloos alleen, bezwaard met den last van z'n schuldloos geheim.

— Als Vis zich maar niet verveeld heeft, wat denk je, ma ?

— Dat geloof ik niet, hij was nogal opgewekt, vond 'k.

Zou hij hen nü voorbereiden ? Z'n hart bonst onstuimig,

hij wil den mond openen om iets te zeggen, doch tegelijkertijd is 't hem, alsof ze de leugen op z'n gezicht zullen kunnen lezen, hij slikt z'n aandrang weg, terwijl 't bloed naar