is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z'n wangen vloeit en z'n oogen in verdwazing staren naar den vloer. Stram, als de grendels voor z'n nog leugenvrij gemoed, blijven z'n lippen gesloten.

Doch vóór 't naar-huis^gaan, is hij met Nancy, zooals iederen avond, nog even in de vestibule alleen. Daar vraagt ze hem, waarom hij zoo stil was vanavond.

— Ik ben toch nooit 'n veelprater, liefje," antwoordt hij met gedwongen lachje.

— Nee, dat niet, maar 't is mij toch opgevalle, dat je iets gedrukts had vandaag. Tob je over iets ?

Hij zoent haar. En tegelijk ontvalt hem de leugen.

— Och, ik heb 'r niet over wille prate.... maar 'k voelde me vandaag niet heel lekker, 'n beetje koortsig, 'k denk dat 'k influenza krijg, 'k heb 't nog 's gehad, och, 't is niks, hoor, 'n beetje kou gevat.

— Maar j ongelief, was dan vandaag thuis gebleve !

— Op je verjaardag ?

— Je gezondheid gaat toch vóór, Maurits; pas nu in ieder geval goed op, want influenza moet je goed uitviere, zul je oppasse ?

— Als 'k morge nog niet beter ben, zal 'k thuis blijve.

— Kan 'k daar vast op aan ?

— 'k Beloof 't je, hoor. Dag Nance, wel te ruste, 'k maak dat 'k gauw in bed kom.

— Dag Maurits, beterschap, zet je kraag op, vent, slaap lekker, da-ag !