is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die soort van menschen houdt Maurits niet; zelf is hij daarvoor 'n veel te gereserveerd jongmensch.

— Mooie avond, hé ?" zegt Bart.

— Ja, bizonder ; hebt u 'n wandelingetje gemaakt ?

— Ik ? 'n wandelingetje ? hoe komt u d'r bij, meneer! ik ben op 'n huishoudeleke vergadering van de Bond geweest, met uw permissie," antwoordt Stam, die blijkbaar wat opgewonden is.

— Van de bond, zegt u ? wat is dat voor 'n' bond ?

— Wablief ? ik ben toch sigaremaker, of wist u dat niet ?

— Nee, meneer, pardon, dat was me onbekend ; verwondert u dat ?

— As je me nou !" familiaart Bart gemoedelijk, ,,ik weet dan wel dat u bij de belastinge bent.

— Zoo ?

— Ja natuurlek, dat heb 'k wel 's aan 'n adres gemerkt ; da's vast 'n beter baantje dan dat rotvak van mij.

— Bevalt 't u dan niet ?

— Bevalle ? 't vak op zichzelf, zeker, mooi vak en d'r gaat veel in om, maar de toestande bederreve de keet, afijn, da's in elk vak, zoolang de arbeiders te beroerd en te lammenadig zijn om zich te verzette, allemaal, begrijpt u, allemaal, zoolang komt 'r ook geen verbetering ; wij motte de macht krijge, in alle vakke mot 't verzet komme, góed, zie je en eendrachtelek, niet dat besodemieterde geharrewar, zooas dat nou ook weer in onze bond an 't