is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, daar weet 'k heel weinig van.

— Maar u hebt schoon gelijk, dat u je d'r niet over uitlaat, u bent zelf ambtenaar en die zwijge altijd as 'n mof, vooral tege 'n leek, natuurlek, want vandaag praat je met mekaar as mensch zijnde en morrege ben je weer in functie as ambtenaar om me 'n waarschuwing op me dak te sture ; de wereld hangt van poppekasterij an mekaar.

Werkt u op 'n fabriek ?" vraagt Maurits, die net doet

of hij niks gehoord heeft.

Dat geluk heb 'k ja, om u te diene, maar de fabriek

werkt op mij ook, niet zoo'n beetje, morrege om zeve uur zijn we d'r weer, immes, hoor en de heele zomer zijn we d'r, wat lekker en de heele dag mag je je 't laplazerus roile om 'n behoorlijk loontje te hale, rolle, rolle, rolle maar; dat 'k nog geen rolberoerte heb gekrege is wel casueel, zoo rolle we 't lieve leve door, tot je eindelek in 'n galakoets naar je kuil wordt gerold.

Het geluid van z'n jonge, krachtige stem vult de avondstraat, ketst tegen de gevels der slapende huizen en in kordaten gang pauken z'n hakken over de keien. Meer en meer vergeet hij in z'n woeligen schetterlust, dat hij eigenlijk tegen 'n vreemden meneer praat, die in geen enkel opzicht toont z'n „geestverwant" te zijn. Maar hij flapt 'r nu eenmaal graag uit wat 'm voor den mond komt en hij vindt 't wel lollig om tegen dien snurker van twee-