Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Al heel vroeg ligt Ekelvoort den volgenden ochtend op z'n bed in 't kleine zijkamertje te vvaakdroomen. Hij heeft slecht geslapen en voelt zich toch net eender klaarwakker, als had hij 'n zeer rustigen nacht gehad. Met z'n elleboog leunend op 't kussen, handpalm tegen z'n slaap, ligt hij door 't raam naar buiten te turen. Muschjes huppelen tjielpend over 't kozijn, waar nu juist de zon op schijnt, 'n paar gele lichtslierten spetterend tegen 't behang. Op straat is 't nog rustig ; alleen 'n enkele broodkar rommelt bonkig over de keien, telkens even stilhoudend, waarna harde knal van dichtgevallen deksel volgt. Maurits hoort die geluiden wel, doch zonder oplettendheid, vaag door z'n soezen heen, zooals iemand soms wel praten hoort, zonder begrip van de woorden. Hij heeft raar gedroomd vannacht, kan zich toch niet meer te binnen brengen wat en in hem drenst 't hinderlijk gevoel, alsof hem iets

Sluiten