is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenlaat. In 't wachtkamertje gaat Maurits niet zitten ; hij voelt zich te lam-nerveus, te hartklopperig-beangst nu, om z'n lichaam rust op 'n stoel te kunnen geven. Alleen z'n hoed zet hij af en legt hij neer op de tafel, doch geheel zonder erg, machinaal. Staande, met 'n lichte trilling in z'n beenen, wacht hij den terugkeer van den knecht af, in spanning kijkend naar de deur, opvangend enkele vage, doch sterk op hem inwerkende geluiden. Nog geen drie minuten gaan zoo voorbij. Dan wordt de deur opnieuw geopend en waarschuwt de knecht hem, dat hij binnen kan komen.

— Uw hoed, meneer !

— O ja.

In de gang, op den drempel der spreekkamer, ziet hij dokter Mast staan.

— Goeiemorrege", zegt de dokter lachend.

— Dag dokter", antwoordt Maurits, 't trapje afgaande, met 'n stem, die de verklanking van z'n gemoedstoestand is. Ze reiken elkaar de hand. Doctor Mast, met z'n scherpmedischen blik, merkt dadelijk aan Maurits, dat hij niks op z'n gemak is. — „Och Lodewijk", zegt hij luchtig en op grappig-gemoedelijken toon, „kom efïe mee naar binne, we zulle van meneer gauw 'n joodje make, anders zit-i verlege met z'n bruid."

Lodewijk, de lange slungel, antwoordt niets, vertrekt ook geen spier van z'n suffe gezicht, stapt slechts dood-