is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan 't pasklaar maken van 't injectie-instrument in vooroverbuiging naar 't tafeltje.

— Is 't 'n ets of wat is 't eigenlek ?

£)at ?" zegt de dokter, weer even omkijkend, „dat

is.... geloof 'k.. .. kweetnie wat 't is, daar heb k geen verstand van, hoor ; 'k heb 'm 's op m n verjaardag van m'n vrouw gekrege."

— Hebt u 'n lieve vrouw, dokter ?

— O, 'n engel.

— Kindere ook ?

— Liefst vijf; maar zeg, hou. je nou effe stil, want k heb al m'n attentie noodig voor m'n werk; ik span me op 't oogenblik in om je straks zoo min mogelek pijn te doen.

— O dokter, dan zal 'k wel zwijge.

Nee, je mag wel wat prate, zoo bedoel k t niet.

Werkelijk heeft 't zeggen van gewone dingen en ook 't hooren van z'n eigen stem 'n luwte in Maurits gebracht. Hij ziet niet zoo wit meer en 't warrelig gewemel voor z'n oogen heeft opgehouden ; de ontspanning, gevolgd op z'n bijna-bedwelming van daarnet, doet hem weldadig aan. Het lijkt hem nu, of hij al wel 'n uur op die bank ligt ; met wondere gemakkelijkheid gaat hij voort met koetjes-en-kalfjes-dingen te zeggen en van lieverlee herkrijgt z'n stem haar alledaagschen klank ; hij is lang niet zoo bang meer en vindt 't 'n genoegdoening, dat hij daar nu zoo met volle bewustzijn kan liggen te praten, in plaats