is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na-bloeding, 't is zoo mooi als 't maar zijn kan, ik zèg je immers, je hebt 'n tentoonstellingspenis., hé, Lodewijk ? is-i niet mooi ?" lolligt de dokter, zelf ook 'n tikje nerveus.

De slungel knikt koeltjes, 't doet hèm geen ziertje aan ; hardnekkig blijft hij uitermate objectief tegenover de indrukwekkende situatie, ja, z'n vervelend gezicht geeft ondubbelzinnig te kennen, dat hij hard naar t einde verlangt.

— Nu nog 'n paar steekjes d'r doorheen hale en dan is 't afgeloope," kondigt de dokter aan.

— 'n Paar steekjes ?" vraagt Maurits verbaasd.

— Ja, ik moet 't toch hechte, of wou je zóó wegloope ?

Maurits begrijpt daar niets van. Terwijl de dokter weer

naast hem bij 't tafeltje bezig is, zit hij recht overeind 'n nieuwsgierigen blik op z'n teeldeel te werpen. Hij moet toch 's kijken, hoe 't er uitziet. Maar ongelukkig kan hij er moeilijk wijs uit worden, zooals die bloederige klomp daar nu ligt, met de wijde, dikwandige gaping der open gespleten huid. Toch ontdekt hij tot z'n vreugd de rose ronding van den bevrijden kop, die even naar buiten komt gluren, alsof hij lucht wil happen na z'n jarenlange gevangenschap. Verdomd, hij ziet 'm !

— Ligge gaan, allo," commandeert dr. Mast, „daar kom

'k met m'n naaigerei."

Maurits gehoorzaamt. De dokter, de zilveren hechtnaald tusschen duim en vinger houdend, buigt zich voorover.