is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Geduld maar, jonge, 't kardinale punt ben ik al voorbij, nog 'n paar keer, dan is 't afgeloope.

De jonge man besluit in vredesnaam er maar in te berusten en geduld te oefenen; heelemaal zonder pijn schijnt hij er toch niet van te mogen afkomen. Maar hij heeft anders warempel geen klagen ! Wat is 't allemaal van 'n leien dakje gegaan! Laat hij eens z'n stemming van 'n uur geleden vergelijken bij die van nu ! 'n Beminnelijk mensch is die dokter ; wel 'n echte vakman, maar met toch iets zachtaardigs aan 'm en niks ruw of hard van aanpakken en toch ook weer niet onflink. Zoo denkend over hem, voelt Maurits behoefte hem iets heel hartelijks te zeggen en juist wil hij tot dat doel z'n lippen openen, als de heelmeester hem opnieuw ongenadig martelt. Maar ditmaal forceert hij zich om z'n kinderachtig au-geroep te weerhouden, ook bij den volgenden steek. En dan, als in verademing na de doorgestane pijn, zegt hij hartgrondig : „wat ben 'k blij, dokter, dat 'k naar u toe ben gegaan, u hebt me toch maar prachtig geholpe."

— Zie zoo," besluit dr. Mast, zonder de minste aandacht voor 't compliment, „nou doe 'k 'r niks meer an."

— Goddank !" klinkt 't welgemeend.

De dokter staat in 't fonteintje z'n handen te wasschen, terwijl Lodewijk de ingrediënten voor 't verband klaar legt. De sul heeft nog geen syllabe gekikt, maar op z'n gelaat glundert 'n trekje van tevredenheid, nu hij bemerkt,