is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

z'n bleek en papperig-dik gezicht, antwoordend : „de baas had geen tijd, juffrouw, maar ik kan 't ook wel."

— O heb u 't meer gedaan ?

— Jawel juffrouw, kijk u maar hier. En hij toont haar als overtuigend bewijs z'n rood-'korstig getatoeëerde rechterhand.

— Bet, kom je effe ?.... 'k zal u maar na zolder late gaan, daar hei je de ruimte, 'k ben d'r liever niet bij, 'k hou nie van die dinge, maar je hoef nerreges bang voor te zijn, want 't is 'n erreg goedig dier.

De kamerdeur kniert open. Bet treedt naar voren, houdend den kater onder haar arm. Maar nauwelijks wordt Piet de sinistere figuur bij de balustrade gewaar, of hij rukt zich met 'n schok los, doet 'n vervaarlijken krachtsprong naar de zoldertrap en holt als 'n razende weg.

— Wa's dat nou ?" zeggen de beide vrouwen beteuterd.

— Hij het 't in de gate," verklaart de snijdersbediende lakoniek.

— Ruikt-i die zak ?" vraagt Kee.

— Wel nee, juffrouw, die zak is pas nieuw, daar het nog nooit 'n poes in gezete; hij ruikt mij-

— Hoe is 't godsmogelek," roept Kee pathetisch uit.

— Dat is 'n beest z'n instink," heldert Bet op, terwijl ze ter verkenning 'n paar treden naar boven stapt, „ik was 'r heelemaal niet op voorbereid, anders had 'k 'm wel steviger vastgehoue, dat begrijp je wel."