is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat zeg je me daarvan!" spot de teeldriftknottervan-professie. Ze staan nu beiden in 't portaal. De jongeling-met-den-zak blijft nog treuzelen.

— Wat sta je me nou aan te gape, zaadhoofd, mieter op, vooruit, ga na je baas !

Ik krijg toch zeker me cente van de trem weerom.

— Wat cente van de trem, ben je beduveld, kerel!

— Ik ben toch getremd, me baas

— Wat raakt mij dat ? jij kan je godverdomme wel in 'n karos hier na toe late trekke, mot ik dat betale ? je mag blij zijn, dat 'k je de trappe niet afflikker.

— Ik mot me cente hebbe, 'k heb niks met die kapsies te make," volhardt de blauw-geboezeroende gedurfd.

De knop van de kamerdeur knettert om. — „Bart, kom 's gauw hier, moeder legt flauw", waarschuwt tante Bet

angstig-gejaagd.

Onmiddellijk laat de jonge man z'n dispuut in den steek. Binnen ziet hij z'n moeder achterover in haar rieten zorg zitten, 't gezicht lijkwit, de oogen toe, de armen slap buitenwaarts afhangend.

— God mensch, laat je ze nou zoo maar zitte!" zegt hij verschrikt, haar lichaam rechtstandig brengend, „haal water, tante, toe dan!"

Bet is de kluts kwijt. — „Ze werd inééne zoo naar, 'k zag 'r hoofd op zij knikke", mommelt ze, blijkbaar niet luisterend naar Bart.

7