Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mal-versuft gezicht. Hij tilt het beest op, dat dadelijk te snorren begint. — „Wat hebbe ze jou wille doen, hé ? wat hebbe ze jou wille doen, och, och, wat zie je d'r uit, Pik, nou, nou !"

De kater, met nu weer die lieve, goedige expressie in z'n pure schitteroogen, duwt onbedaarlijk z'n ruigen kop tegen Barts wang aan, als wil hij hem goed doen beseffen, hoe dolblij hij is met den terugkeer van z'n waarachtigen vriend, bij wien hij zich zoo heelemaal veilig weet. En als Bart hem dan weer op den grond zet, kronkelt Piet, aldoor spinnend, z'n lenig lichaam tusschen Barts beenen door, aaiend z'n broekspijpen, z'n schoenen, om zich dan op z'n achterpootjes overeind te richten en tegen hem aan te gaan staan, zooals honden wel doen, maar wilder, niet zoo vleierig-zacht, en hem aldoor aan te kijken met van innige genoeglijkheid knipperende oogjes. Tot de baas hem maar weer in z'n armen neemt en als 'n klein, mormelig troetelkindje mee naar beneden draagt. — „Nee, kijk maar niet bang meer, de zakkeploert is weg, die heb ik z'n congé gegeve, Pik ; je bent ze toch lekker te slim af geweest, oolekerd, ze hebbe je niet kunne verminke."

— Waar was-i nou ?" vraagt tante bij z'n binnentreden.

— Dat gaat u niks aan," antwoordt Bart onbeleefd.

De welbesneden Maurits Ekelvoort is 'n half uur geleden wakker geworden.

Sluiten