is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij dien morgen met 't rijtuig naar huis was gebracht, teut er de hij als 'n stroeve automaat, bang voor 't losraken van het verband, de trappen op naar z'n zitkamer. Gelukkig kwam hij niemand tegen, ook z'n juffrouw niet. Hij probeerde eerst, of hij niet languit kon gaan liggen in den luien stoel, met z'n beenen gestrekt op een anderen. Maar die houding gaf hem geen voldoende rust en werd op den duur te hinderlijk. Hij strompelde voetje voor voetje naar z'n slaapkamertje, waar hij zich gekleed te bed legde, alleen uittrekkend z'n bottines. Hij voelde zich down en sufferig-loom. Terwijl hij daar zoo neerlag en allengs z'n zenuwgestel in de rust van z'n physiek begon te deelen, kwelde hem de na-pijn der hechtnaald-priemingen en was 't hem, of telkens weer de draden werden toegesnoerd. Z'n geest was raar eenzijdig. Onophoudelijk zag hij zichzelf liggen, zooals hij lag bij dr. Mast, toen deze het teeken van z'n ras fatsoeneerde ; niets anders zag hij vóór zich dan dat ééne scherpe beeld, als 'n wondere reproductie van 't netvlies-origineel. Tegen twaalf uur klopte de kamerverhuurster aan z'n deur, vragend, of hij wilde, dat ze den koffieboel klaarzette. Asjeblieft, juffrouw, antwoordde hij. Of-i trek had na z'n schraal ontbijt! De juffrouw zette klaar, in niet-begrijpen, wat meneer nu toch eigenlek mankeerde. Ze rook de sterke jodoformlucht en sprak er in de keuken met haar man over, die 't ook wel erg geheimzinnig vond, doch zich 'r overigens onver-