Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot deel van den middag nog wordt z'n geduld getart, want pas om half vier klingelringelt de electrische schel. Het geluid schokt door z'n hart. Zoud-i daar zijn ? Maurits kijkt over den rand van 't balcon naar beneden, 't Is 'm ; voor de deur post 't dokterskoetsje.

De juffrouw heeft opengetrokken. En zonder eenige aandiening voetstappen naar boven hoorende komen, gilt ze : „wie is daar ?"

Mal-wijdbeens, op de voorzichtige manier van iemand, die zich bedaan heeft, waggelt Maurits haastig naar de deur.

— 't Is de dokter, juffrouw !

— Oo! is 't de dokter.

— Da's 'n klim voor 'n bejaard mensch !" zegt dr. Mast met 'n lachende tronie.

— Bejaard mensch, haha!" spot Maurits.

— Nou, ik ben toch al over de veertig", antwoordt de dokter ; en z'n patiënt dan in 't portaal de hand reikend, vraagt hij : „hoe gaat 't 'r mee ?"

— Goed, dokter, dank u ; gaat u naar binne.

In de kamer zet dokter Mast zich vlak bij 't raam neer. Ekelvoort voelt nu plotseling weer dezelfde hinderlijke verlegenheid als in 't begin. Hij wil iets zeggen, doch de dokter voorkomt hem.

— U hadt niet behoeve te schrijve, 'k was toch van plan 's te kome kijke.

Sluiten