Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diere zijn toch net eender, alleen, die timmere niet zoo an de weg ; de menschdiere legge 's nachts in derlui bedde te zuchte en overdag doen ze 'n fatsoenlek mombakkes voor, 't is ommers allemaal koekoek één gezang." —

Donderdag en Vrijdag gaan voor Maurits Ekelvoort in ongestoorde zoetvloeiendheid voorbij. Aan Nancy zendt hij dagelijks 'n opgewekt, in voorbeeldigen waarheidstoon gesteld briefje. Vrijdag geeft hij zelfs blijk van 'n kwistige fantasie, door haar te vertellen, dat hij 'n paar salicylpoeders heeft geslikt, ten einde ferm te kunnen zweeten ; hij zal — dus knoopt hij er ter volkomen geruststelling aan vast — de laatste dagen van de week voorzichtigheidshalve nog maar thuis blijven, hopende dan Zondag weer uit te kunnen gaan. Ook maakt hij haar deelgenoote van het feit, dat hij zich wel 'n beetje verveelt in z'n kamer en 't vooral erg jammer vindt, de anders zoo gezellige avonden in z'n eentje te moeten slijten. Dit laatste staat vreemd oprecht tusschen al 't andere, gelogene, in. Maar hij is nu al gewend aan z'n ommantelen van de waarheid; als 't nog heel veel langer moest duren, zou hij waarachtig zelf nog gaan gelooven, dat 't allemaal realiteit was, wat hij beschreef. Ook 't gunstig verloop van z'n heusche ongesteldheid is hem 'n motief, van z'n fantastisch geschrijf geen gewetenszaak te maken. Dokter Mast heeft gelijk gehad : de zwelling is reeds aanmerkelijk geslonken en pijn voelt

Sluiten