is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij heel weinig meer. Hij hunkert naar den Zaterdag ; dat ééne vervelende nog : de draden er uit laten halen, en dan behoort de gansche verdichte influenza tot 't verleden, kraait er geen haan naar, kwelt hem geen zorg meer en kan hij met volle opgewektheid 't huwelijksfeest tegemoet zien.

Vrijdagavond, na den eten, krijgt Maurits 'n onbedwingbaren trek om 'n klein loopje te gaan maken, 'n proefwandelingetje, ter toetsing, of 't hem soms hindert; ook voelt hij zich suffig in z'n hoofd van al dat gedwongen thuiszitten met 'n kerngezond lijf. De lucht zal hem bepaald 'n opfrissching zijn, 't is mooi weer en hij zal er ook beter op kunnen slapen. Voorzichtig, steunend op z'n stok, kuiert hij 'n paar buurtstraatjes om, als 'n echte herstellende, die voor 't eerst weer uit mag. En 't hindert hem niets, hij kan behoorlijk loopen, feitelijk zou hij best weer heelemaal gewoon, zonder hulp van z'n stok, kunnen gaan ; maar 'n bange weeïgheid voor de nog niet genezen wond houdt hem van dien overmoed terug. Hè, wat doet de lucht hem lekker aan, wat 'n blij-zalig gevoel doortintelt hem nu ; wat 'n genot, zoo kalm te kunnen wandelen, in 't weten, dat hij zich nergens meer ongerust voor behoeft te maken. Morgen, ja, dan zal hij toch maar tremmen naar dr. Mast ; wat 'n geluk, dat de dokter zoo ver uit de buurt van de Staaders woont; 't is waar, als dat niet zoo was, dan had hij denkelijk wel 'n anderen dokter genomen ; of verbeel je, dat de Staaders dr. Mast als huisdokter hadden en hij op