Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De juffrouw haalt eenige seconden achtereen zwijgend haar schouders op; dan zegt ze: „dat weet 'k niet, meneer, maar vraag beleefd ekskuus, wil u niet eve binne kome ?"

— Nee, juffrouw, dank u wel, 'k heb niet veel tijd.... maar.... maarre.... dus u weet niet wat meneer Ekelvoort gemankeerd heeft ?

— Nee, meneer, heusch niet, ik kan u wel zegge, dat meneer heelemaal niet de indruk maakte van effectief ziek te zijn, want 'k zeg nog tege me man : nou, zeg 'k, meneer Ekelvoort is toch niet ziek, want hij lust z'n natje en droogje behoorlek, zeg 'k, zooas je dat wel zegt tege mekaar, ja, niet waar ? daar beoordeelt men toch 'n ziek mensch na, of-i eet of niet! maar meneer heeft wèl erg veel stil gezete, weinig geloope, begrijpt u wel ? net as 'k zeg, hij liep moeilek, dat is me wel opgevalle, maar anders, och nee, 'k zou motte jokke as 'k zei, dat meneer ziek is geweest, 'k heb teminste niks kenne merke an 'm, as dat-i 'n sterke lucht bij 'm had, .^anne.... hoe heet dat ook weer....

— Bedoelt u jodoform ? die ruik ik hier nu nog, maar heeft meneer Ekelvoort die lucht bij zich ? !

— O ruikt u 't ook ? juustement, jodeform, zoo'n nare lucht, vindt u niet ? hij is moeilek weg te krijge, ofschoon, 'k mot zegge, dat 't lang niet zoo slim meer is as in 't voorst van de week ; ik ben altijd maar voor frissche

Sluiten