is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mij ? over Maurits ? hoe zoo ?

— Kom maar eve mee als je wil.

Beiden treden de voorsuite binnen. Johan gluurt door 'n kier van de porte-brisée, of er nog iemand in de andere kamer is. Hij ziet z n vrouw. De deuren dan verder openschuivend, vraagt hij zacht : „waar is Nancy ?"

Bove in d'r kamer, waarom ?

Nee niks; Henri is hier, 'k moet eve wat met 'm beprate.

Ben je dan niet bij Maurtis geweest ?

— Jawel, stil nu maar, 'k zal 't je strakjes wel vertelle.

De deuren sluiten zich weer.

— Wat doe je geheimzinnig, zeg, is 'r iets aan de hand ?" vraagt Henri.

— Ga zitte ; d'r is zóóveel aan de hand, dat wij door dat heerschap leelek bij de neus zijn genome, ik kom juist van 'm vandaan, dat wil zegge, van z'n huis, want meneer was 'r zelf niet.

En nadat z'n billen de kanapee Rebben ingedeukt, vertelt en commenteert hij z'n broer in kleuren en geuren z n wedervaren bij de hospita van Maurits Ekelvoort, zachtjes van stem betoogend, doch suggestief, hoog-ernstig van toon, bezadigd, zonder nijd nu, met alleen af en toe 'n versterkende vingeropheffing, als 'n uitroepteeken achter z'n woorden. Henri zit vreeselijk aandachtig te luisteren, met stroef-gesloten lippen en iets dreigends in z'n blik,