is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dagbladdirekteur slaat z'n oogen op naar den koopman, nieuwsgierig, in dit kritieke moment diens antwoord te vernemen. Heel even is er 'n pijnlijke stilte. Dan zegt Johan, leunend met z n arm op de punt van den schoorsteenmantel, zonder z'n dochter aan te zien : „Maurits was niet thuis."

Nancy merkt aan de gezichten, dat er iets bizonders is voorgevallen ; beurtelings kijkt ze naar haar oom en haar vader. — „Niet thuis ? waar was-i dan ?" vraagt ze levendig.

— Ja, kind waar was-i dan, dat is juist de vraag,"

antwoordt haar vader met iets sceptisch in z'n toon.

— Maar wat is 'r dan, pa ? u zegt dat op 'n manier, die 'k alles behalve vriendelek vin.

Nancy, je komt hier ongeroepe, 'k had liever gewild, dat je bove was gebleve ; maar je bent hier nu eenmaal en dan wensch ik je alleen dit te zegge, dat ik absoluut met in 'n stemming ben om me vriendelek over Maurits uit te late.

— Niet ? ! ^

Nee , iemand die z'n aanstaande schoonouders en z'n aanstaande vrouw bedriegt, die verdient allerminst, dat 'r vriendelek over 'm wordt gesproke.

— Bedriegt ? bedriegt ? weet u wel wat u zegt,

pa ?" valt het jonge meisje zenuwachtig uit.

Ja dat weet 'k helaas maar al te goed; hij heeft net zoo min influenza gehad als jij en ik, geen kwestie van.