is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordig. De vervelende sufferd deed ook weer net of hij niets hoorde, toen z'n meester hem echt-jolig vroeg of-i niet vond, dat 't 'r prachtig uitzag. En Maurits zelf was evenmin gevoelig voor 't epitheet. Hoe kon de dokter dat prachtig noemen ! Met 'n blik van teleurgesteldheid keek hij op z'n bloedkorsterig, onooglijk vies teeldeel neer. Hoe kwam 't nog ooit goed in orde ! Neen, hij deelde absoluut niet in de vreugde des doctors. En was hij slechts éven alleen geweest, dan had-i vast geprobeerd, of-i nu wezenlijk den kop heelemaal vrij kon krijgen. Het leek hem 'n schoone illuzie. Maar hij wérd niet alleen gelaten, geen seconde ; en er aan te morrelen in presentie van die beide mannen, dat vond hij te raar. Nadat de draden waren los gepeuterd, legde de dokter een nieuw verband, onder de stellige verzekering, dat niets 'n spoedige genezing in den weg zou staan, mits hij zich den eersten tijd nog maar wat kalm wilde houden. „Je gaat toch zeker niet dadelek trouwe ?" vroeg de dokter.

Toen Maurits na afloop nog even terugging naar 't wachtkamertje om z'n hoed te halen, welken hij had laten liggen, zag hij halverwegen de trap naar 't sousterrain de dienstbode met nieuwsgierig-lacherig gezicht naar hem staan te kijken, net of ze 'r alles van af wist en opzettelijk uit de keuken was gekomen om hem te zien. Maurits vermoedde, dat dit ook werkelijk wel 't geval zou zijn ; want al speelde die Lodewijk in dokters tegenwoordigheid