Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij luistert, hoort de klettering van 't traptouw en dan de vraag van de juffrouw „wie is daar ?" Nee, 't schijnt toch niet de post te zijn. — „Jawel, die is thuis!" gilt de juffrouw. Hé, iemand voor hém.... wie kan dat zijn ?

'n Oogenblik later wordt er geklopt op z'n deur.

— Binne.

— Meneer.... hier is 'n dame om u te spreke," kondigt de juffrouw met raar-schuw gezicht aan.

— 'n Dame ? ! voor mij ?" herhaalt Maurits verschrikt en onmiddellijk opstaande.

— Ja meneer.

Het bloed stijgt naar z'n wangen, hij voelt den dreunslag van z'n hart. — „Staat ze in 't portaal ?" vraagt hij, meteen naar de deur loopend om te kijken. — „God Nancy, ben jij 't! Kom binne, dat vind 'k aardig.'

— Ja, ik kom je eve 'n boodschap brenge, 'k wist niet of je me kon ontvange," antwoordt ze op natuurlijk-ongedwongen toon.

Zoodra ze alleen zijn wil hij Raar 'n kus geven. Maar dan weert ze hem af, zeggend op 'n toon, dien hij nog nooit van haar gehoord heeft : „nee Maurits, eerst wil 'k de reden wete, waarom je ons wat op de mouw hebt gespeld."

Stom van verbazing kijkt hij haar 'n oogenblik met open mond en groote vraag-oogen aan. — „Wat is dat ?" ontvalt hem dan, als in waanzin van perplexiteit.

Sluiten