is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benede bent gekome en me hebt beloofd, dat je morge alles zal opheldere; liever had 'k, dat je nu meeging, maar enfin, als je niet wil.

Ze staat op.

— Ga je al weg ?" vraagt hij mat', terwijl hij naar haar toeloopt om ze 'n zoen te geven.

— Jonge, wat gloeit je gezicht, je hebt toch geen koorts ? .... ja, ik ga nu maar weer gauw naar huis terug.

— Zooals je wil.

Na bij de deur afscheid te hebben genomen, laat hij haar uit. En als ze in 't portaal staan, klinkt plotseling van zolder de smartelijke, bevend-diepe klaaggalm van Piet, de donkere, uitgekerfde bloedkreet van z'n gedwarsboomde dier-natuur.

— Wat is dat ?" vraagt Nancy, die zoo'n geluid nog nooit gehoord heeft.

— Och, 'n poes, die me de heele week al met z'n gejammer verveelt.

Weer alleen in z'n stille kamer, zijgt hij neer op Nancy's stoel, lauw nog van de broeiing haars lichaams. Met z'n handen tegen z'n slapen geplet, ellebogen stuttend op tafel, zit hij, als 'n ontmaskerde schelm, na te wroegen over z'n heilloos gesol met de Waarheid. En schriller nog dan toen ze bij hem was, rijst 't gebeurde in al z'n naaktheid voor z'n geest, het onomstootlijk feit, zóó als 't nood-