is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekent dan «leer der zinnelijke waarneming», werd in zijn huidige beteekenis het eerst gebruikt door Alexander Baumgarteri (1714—62). Gelijk die naam reeds aanduidt, houdt de aesthetica zich geenszins alleen bezig met het schoone zelf, maar ook met al datgene wat tot recht verstand van het schoonheidsgevoel kan bijdragen. Zoo schreef b. v. Rosenkranz een «Aesthetik des Hasslichen». Wil men toch de aandoeningen, door het schoone bij ons gewekt, ontleden en doorgronden, dan dienen ook de tegengestelde aandoeningen in het onderzoek te worden opgenomen, daar eerst hierdoor de eerstgenoemde goed begrepen kunnen worden en nauwkeurig te verklaren zijn. In den grond toch ontspringen beide soorten van aandoening uit denzelfden bodem. Vervolgens zegt reeds de naam aesthetica ons, dat wij hier in de eerste plaats te doen hebben met lust- en onlustgevoelens, voortspruitend uit waarnemingen op zin tuig el ijk gebied, meer bepaaldelijk uit die der hoogere zintuigen. Toch zijn niet alle genietingen, die zich op dat gebied bewegen, tot de aesthetische te brengen, en kan niet alles, wat daartoe bijdraagt, tot de kunst gerekend worden. Bijgevolg dient te worden nagegaan, welke factoren een zinnelijk gevoel tot een aesthetisch gevoel stempelen. Hier eenvoudig te spreken van een lustgevoel van hooger