is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenzeer verouderen als die theorieën zelve, hoe gezaghebbend die ook eenmaal waren.

Evenmin is de kunsthistoricus als zoodanig aestheticus. Hij toch stelt inzonderheid belang in de bijzonderheden van de totstandkoming van het kunstwerk en in die van den levensloop des kunstenaars; terwijl voor den aestheticus al die bijzonderheden slechts waarde hebben, in zooverre zij bijdragen tot recht verstand van het kunstschoon. Niet het historisch ontstaan van het kunstwerk, maar de oorzaken en bestanddeelen van het aesthetisch genieten zijn voor den laatste de vraagpunten, die hij tracht op te lossen.

De wetenschap der kunst is nog in haar opkomst. Wèl zijn ontelbare feiten verzameld door de kunsthistorici; maar deze naspeuringen leverden slechts geringe vrucht op voor de verklaring van het schoone of van de wijze van zijn ontstaan. Omgekeerd gaven de wijsgeeren, die over kunst schreven, gewoonlijk slechts algemeene bespiegelingen ten beste, zonder er ernstig zich om te bekommeren of deze wel strookten met de feitelijke gegevens der ervaring. Zoodoende werd aan de eene zijde een groot materiaal bijeengegaard, aan de andere een aantal subjectieve stelsels ontworpen; maar datgene, wat slechts door de samenwerking van kunstkenner en wijsgeer kon tot stand komen, bleef achterwege. Het doel toch