is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen bezig was met de afwerking van een bezemsteel, of een Schelfhout, op wiens winterlandschappen het ijs tot in zijn fijnste lichtweerkaatsingen is weergegeven, zijn daarom nog niet als de grootste schilders te beschouwen. Waar elk onderdeel, van hoe ondergeschikt belang ook, met dezelfde zorg en met dezelfde nauwkeurigheid behandeld wordt, bestaat groot gevaar dat het bijwerk ten koste van den indruk van het geheel te veel in 't oog gaat springen en te veel zich op den voorgrond dringt. Het bijwerk blijve op den achtergrond en diene slechts ter opluistering en betere kenschetsing van het hoofdwerk. Gelijk Véron zegt: «de stijlvolle schilder ziet de groote zijde ook in de kleinste dingen, de realistische nabootser de kleine zijde zelfs van de groote dingen.» Laatstgenoemde blijft in het détail steken, terwijl de ware kunststijl juist bestaat in het doeltreffend weglaten van al het onwezenlijke. Zonder aan de waarheid op hinderlijke wijze te kort te doen, moet het substantieele en beteekenisvolle op den voorgrond gesteld: de bestaande werkelijkheid wordt daarmede niet waanwijs en schoolmeesterachtig verbeterd, maar zij wordt ontdaan van al het toevallige, overbodige en storende om op het overblijvende een des te helderder licht te doen vallen. Want alle overdreven en te pijnlijke nauwkeurigheid kan aan