Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en persoonlijk aandeel sterk verminderd, terwijl die toch juist het hoofdmoment er bij moeten vormen. *) De oefening en aanwending der verbeeldingskracht mag niet verloren gaan door een te sterk naturalisme van het speelgoed; en evenmin mag liet spel te veel worden aangewend tot opzettelijk gewilde paedagogische doeleinden, daar hiermede veel van de aantrekkelijkheid dreigt verloren te gaan en het spel te veel gaat gelijken op een arbeid, zonder evenwel den ernst en het gewicht daarvan te bezitten.

Nauwverwant met de behoefte aan uiting van verbeeldingskracht, is de illusie die bij elk kunstgenot in meerdere of mindere mate optreedt. Het is vooral Konrad Lange, die op dien factor gewezen heeft. 2) Volgens hem is het niet zoozeer de aard van den inhoud, noch de vorm waarin deze zich kleedt, als wel de sterkte en levendigheid der gewekte illusie, die de kunstgenieting teweegbrengt. Hoe krachtiger die is, hoe meer wij worden aangegrepen; en ontbreekt zij ten

1) Zoo zegt Schultze-Naumburg («Kunst mui Kunstpflege», Lcipzig 1901, pag. 09): «Deun das Hineinlegen der Bedeutung, das Beseelen, gleichsain das künstlerische Ausbaucn ist ja erst das Wesen des Spiels, nicht der Besitz eines an sich zwar schönen Gegenstandes, der vielleicht dem Erwachsenen, nicht aber dem Kinde Spass macht.»

2) Hij onderscheidt een aanschouwings-, een ge voe 1 s- ot' stem m ings-, en een bewegings- ofkrachts illusie. Bij de schilderkunst zou vooral de eerste, bij de muziek de tweede en bij de dans- en bouwkunst de derde soort van illusie voorkomen.

Sluiten