is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere vreugdeuitingen in het dierenrijk daar nu en dan dezelfde rol als bij ons het lachen, en vertegenwoordigen zij er soortgelijke zielstoestanden. Niemand betwijfelt dat de hoogere dieren vatbaar zijn voor duidelijk waarneembare uitingen van vreugde; maar moeielijker is het uit te maken in hoeverre de specifieke, tot lachen aanleiding gevende lusttoestanden ook bij hen worden aangetroffen, dan wel ten eenenmale er ontbreken.

Toch blijft lachen ook in zooverre iets typisch menschelijks, als bijna al het lachwekkende middellijk of onmiddellijk met den mensch samenhangt: juist hij, als meest verheven schepsel met hoogst ontwikkeld geestesleven, leent zich meer dan iets anders om stof te leveren tot komische voorstellingen. Maakt de dierenwereld op ons een humoristischen indruk, dan is het omdat wij er een soort van nabootsing in zien van wat wij in de menschenwereld waarnemen, en omdat wij ons dan die dieren voorstellen als bedeeld met onze eigen hartstochten en gemoedsroerselen. Alle waarnemingen toch, die ons doen lachen, zijn associatief verbonden met voorstellingen die zich bewegen op geestelijk-zedelijk gebied; eerst daardoor verkrijgen de waargenomen bewegingen en handelingen een lachwekkend karakter. Een waarneming op zich zelf zonder meer is nog niet komisch; zij wordt dit eerst