is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschouwd worden de Musculus zygomaticus major of groote jukbeenspier. Maar werkt zij alléén, dan ontstaat een valsche en gemaakte lach; gewoonlijk gaat dan ook met hare contractie die van vele andere gelaatsspieren gepaard; en die medewerking is niet te verwonderen, sedert Gegenbaur op grond van embryologische gegevens tot het besluit kwam dat de oppervlakkige spieren van het gelaat morphologisch één geheel vormen als alle gedifferentieerd uit één algemeen platysma myoïdes. ')

Al naarmate nu die andere nabijgelegen spieren medewerken wordt de specifieke uitdrukking van het lachen verschillend. Is bijv. het lachen zeer hevig, dan ontstaan loodrechte plooien op het voorhoofd, die een ietwat pijnlijken indruk teweegbrengen, alsof het lachen den persoon onaangenaam ware en hem een gevoel gaf van onbehagen. Worden tevens de neusvleugels naar beneden getrokken, dan verschijnt plotseling een weenende uitdrukking, hetgeen vooral bij kinderen goed valt waar te nemen, bij wie Jantje lacht en Jantje huilt steeds gemakkelijk elkander afwisselen en in elkander overgaan.

Wat het physiologisch proces van het lachen

1) Die uitkomst werd bevestigd door latere onderzoekingen van andere anatomen, zooals die van Ruge over de gelaatsspieren der primaten.