is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhooging in het hoofd teweeggebracht worden. Zoodoende ware het lachen te beschouwen als een doelmatige reflexbeweging; op dezelfde wijze als omgekeerd ingeval van groote droefheid het snikken door zijn geforceerde inademing den bloedsdruk in de hersenen vermindert.

Het is evenwel duidelijk dat, al ware die verklaring van de wijzigingen in de ademhaling volkomen juist, daarmede nog geenszins het ontstaan is opgehelderd van de boven omschreven eigenaardige mimische uitdrukking van het gelaat, die voor den niet-physioloog zeker het meest karakteristieke deel van het lachen uitmaakt. Terecht heeft reeds de groote psychiater Esquirol er op gewezen, dat «1'étude de la physionomie n'est pas un objet de simple curiosité!" Toch is die studie langen tijd schromelijk verwaarloosd, tot in den aanvang der 19de eeuw de Engelsche physioloog Bell er zijn bizondere aandacht aan begon te wijden. Maar eerst een halve eeuw later (1862) werden die onderzoekingen weer opgevat door Duchenne, geneesheer te Boulogne, die de mimische werking der verschillende gelaatsspieren naging door ze ieder afzonderlijk langs electrischen weg te prikkelen, waarbij hem een oud man met zeer bewegelijk en expressief gelaat tot proefpersoon diende.

Na Duchenne kwamen Gratiolet, Piderit en