is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het gesteld met het duidelijk zichtbaar lachen. Wij kennen een pedant en zelfvoldaan lachen vol eigenwaan of vol vrome en zelfgenoegzame devotie, een boosaardig in zijn vuistje lachen vol heimelijk leedvermaak, en een zegevierend hoongelach dat blijk geeft van een wraakzuchtig machtsgevoel; den natuurlijken spontanen kinderlach en den gekunstelden geveinsden lach vol vleierij of gehuichelde deelneming, vergeleken bij krokodillentranen; en evenzoo een behaagzieken lach vol bestudeerde hoffelijke gemaaktheid. Hoe verschillend is niet de blijmoedige en vergenoegde lach van dien welke spreekt van vertwijfeling en wanhoop; of de geestige, spiritueele, fijn-humoristische lach van den dommen lach van idioten of den geëxalteerden van hystericae.

Het karakter van iemands lachen hangt nauw samen met zijn temperament. De sanguinicus lacht vroolijk, open, opgewonden, zinnelijk; de cholericus vol en luid, zegevierend en uitdagend; de melancholicus stil, verholen, weemoedig; de phlegmaticus boersch en apathisch. In verband daarmede is ook de gebezigde vocaalklank verschillend: reeds een eeuw geleden merkte de abt Damasceni op, dat de sanguinicus bij voorkeur in o, de cholericus in a, de melancholicus in i en de phlegmaticus