Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die van grooten invloed zijn op de gemakkelijkheid waarmede iemand lacht. Ook de leeftijd komt hier als een belangrijke factor in aanmerking. Het is welbekend hoe veelvuldig kinderen lachen, dikwijls zonder onmiddellijke aanleiding, alleen spontaan als uiting van expansieve levenskracht in een gevoel van zich ontplooiende lichamelijke en geestelijke vermogens. Terecht verwacht men dan ook van kinderen, dat zij luidruchtig en uit volle borst schaterlachen en jubelen, en vindt men het onnatuurlijk en een ongunstig teeken, wanneer zij stilletjes hun weg gaan zonder ooit hartelijk te lachen: onwillekeurig doet dit vreezen dat zij niet recht gezond en levenslustig zijn, of dat zij om minder prijzenswaardige redenen met opzet hun neiging tot lachen onderdrukken.

Toch is het niet lachwekkende vreugde, die het eerst optreedt in het leven van den pasgeborene. Andere gemoedsaandoeningen gaan daaraan vooraf; vandaar dat in de eerste levensdagen een pijnlijke gelaatsuitdrukking meer gevonden wordt dan een lachende. Reeds Plinius merkte op: 1) «De mensch stort tranen reeds van zijn eerste ademhaling af; maar het lachen,

1) Histor. natur. Lib. VII. De opmerking doet denken aan het bekende gezegde dat de mensch schreiende het leven binnentreedt om het met een lach op de lippen te verlaten.

Sluiten