is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooraf overwogen reflex, kan het lachen zeer teekenend zijn voor iemands karakter en beschaving. Wie lacht om elke onbeduidende aanleiding toont daarmede bekrompen te zijn of oppervlakkig, ijdel of wankelmoedig; terwijl op hem, die nooit lacht, het woord toepasselijk is van Schopenhauer: «Hoe meer een mensch vatbaar is voor vollen ernst, des te hartelijker zal hij lachen. Menschen, wier lachen steeds gemaakt en gedwongen te voorschijn komt, zijn verstandelijk en zedelijk van licht gehalte.»

Van de ontwikkeling, die een mensch bèreikt heeft, zal het voor een groot deel afhangen, door wat hij aan het lachen gebracht wordt. «De boeren», zegt Vischer, ') «lachen over een hansworst, een pedant mensch over dit lachcn van den boer, en een werkelijk ontwikkeld mensch lacht weer over dit uitlachen van het lachen.» Wat den een ergert, daarom lacht de ander; en waar de een zich kostelijk amuseert, daar zit een ander zich gruwelijk te vervelen: men denke slechts aan een circus. Om het komische van zekere situaties te vatten wordt een graad van beschaving vereischt, die zekere aandoeningen, zoowel van onlust- als van lustvol karakter, mogelijk maakt, welke bij minder ontwikkeling en levens-

1) Kr. Th. Vischer Aestlictik. I.cipzig 184G. I. pag. 398.

6