Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat tot lachen stemt, maar daarnevens ook de onwillekeurige vergelijking met eigen lot en de daardoor gewekte lustbrengende tegenstelling: men verheugt er zich over, zelf niet in zulk een toestand te verkeeren. Groos drukt dit uit in de woorden: «Wir haben bei jedem Komischen das behagliche Pliarisaergefühl dass wir nicht sind wie dieser Verkehrten einer»; en Haudelaire in de gedachte: «Moi, je ne tombe pas; moi je marche droit; moi, mon pied est ferme et assuré; ce n'est pas moi qui commettrais la sottise de ne pas voir un trottoir interrompu ou un pavé qui barre le chemin.» In die laatste woorden is tevens rekening gehouden met 's menschen verwaandheid en zelfingenomenheid.

Wil evenwel het gevoel van vreugde de overhand behouden, dan dient aan de voorwaarde voldaan te zijn dat de onlustgevoelens, die wij bij het slachtoffer veronderstellen, zekere grenzen niet overschrijden. Dan toch verliest het ongeluk zijn lachwekkend karakter. Valt iemand in de modder, wij zullen hem helpen opstaan en schoonvegen, maar terzelfdertijd geneigd zijn al lachende eenige opmerkingen ten beste te geven, die kwalijk passen bij de gemoedsstemming van den gevallen persoon. Zien of zelfs maar vermoeden wij evenwel, dat hij zich ernstig bezeerd heeft, dan verkrijgt de pijnlijke voorstelling van

Sluiten