is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer barbaarsche vormen van lachen; het meerendeel der lachoorzaken berust op fijnere en hoogerstaande, meer intellectueele zielsprocessen.

Voor de gevallen echter, waarin wij iets «belachelijk» vinden, kan Hobbes' uitlegging van goeden dienst zijn: hier toch ligt in ons lachen zekere moreele beoordeeling opgesloten, die eigenlijke vroolijkheid buitensluit, een uiting van verontwaardiging , zich lucht gevende in een vorm van bespotting , waarmede wij als wraak nemen over de ergernis en onlust die ons bezorgd werd. Wij zoeken dan door iets of iemand in een bespottelijk daglicht te stellen niet alleen ons zeiven of anderen een vroolijk oogenblik te bezorgen, maar tevens dien persoon of zaak in 't oog van anderen minder gunstig te doen uitkomen. Het ongunstig licht, dat wij er op doen vallen, verzacht dan het leed dat wij er door ondervonden, terwijl wij daarenboven door ons lachen ons zeiven zoeken te suggcreeren, dat hetgeen ons hindert eigenlijk onze ergernis niet waard is en niet verdient dat wij er onze stemming door laten bederven. In 't algemeen genomen echter valt het komische geenszins samen met het belachelijke; en gewoonlijk wijst ons lachen niet op een moreele afkeuring, maar draagt het een meer spontaan karakter, waarbij de onmiddellijke persoonlijke zedelijke waardeering op den achtergrond treedt.