is toegevoegd aan uw favorieten.

Drie aesthetische studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den humor een zuiver metaphysische verklaring trachten te geven. Zoo is volgens Jean Paul de humor het «auf das Unendliche angewandte Endliche»; in tegenstelling van het verhevene, dat hij aanduidt als het «auf das Endliche angewandte Unendliche.» Hij wil daarmede zeggen, dat de humoristische werking bereikt wordt door de vergelijking van het enkele en eindige met de abstracte idee, waardoor dat enkele verzinkt en opgaat in het algemeene: men lacht dus niet om de dwaze handeling of persoon op zichzelf beschouwd, maar om de dwaasheid des menschen, zooals die zich in die handeling of persoon uitspreekt. Nog nader uitgewerkt vindt men die theorie bij Vischer. Volgens hem bestaat het humoristische in den grond in eene «Selbstverlachung.» Men is voor humor slechts vatbaar in zooverre wij het humoristische in onszelven terugvinden, in zooverre het een weerspiegeling vindt in ons eigen wezen. Het concrete geval zelf treedt daarbij op den achtergrond. Juist door het bewustzijn van de tegenstelling, die er heerscht tusschen dat concreet geval en de idee welke er door gewekt wordt, welke tegenstelling als een innerlijke tweestrijd in eigen ziel gevoeld wordt, juist daardoor ontstaat volgens hem de humoristische werking.

Aan een dergelijke verklaring van den humor