Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als één, die in een eindeloozen afgrond diep bedolven ligt en bóven ziet hij schitteren het gouden licht van den dag, en ik wil schreeuwen, huilen, gillen om vrij te zijn, als een kind, dat zijn vader ziet voorbijgaan in de verte, en staat verlaten en aiieen op wijde, wijde heide

Één oogenblik, één eeuwigheid misschien, één ademing in 't eindelooze, die ik sidderend door mijn moede ziel voel gaan, en dan sta ik weer hard in 't leven terug, op een vuile, schamele boot, ik zie de menschen om mij heen, als een die terug is van een verre reis, en niet begrijpt dat hij ooit henen is geweest.

Nu maar even praten wat, heel gewoon, met den djoeragan, over 't weêr, met mijn boy, over de kosten voor zijn logies in Singapore, en straks nog wat kijken naar de koelies, die aan 't dobbelen zijn en «tsapdzi-ki» spelen in de kajuit, bij de opiumschuivers. Ik beweeg mij onder die vreemde menschen als een vreemd kind, weg van huis, die toch weet dat, ergens héél ver, zijn' goede Vader woont....

Sluiten